Hof Den Haag 9 maart 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:546

In geschil is of: a. de Inspecteur dwangsommen heeft verbeurd, artikel 4:17 Awb; b. de aanslagen IB/PVV tijdig zijn opgelegd, artikel 11 lid 3 AWR; c. de hoorplicht is geschonden, artikel 7:2 Awb; d. de Inspecteur heeft gehandeld in strijd met het verbod van détournement de pouvoir en het motiveringsbeginsel; e. alle op de zaak betrekking hebbende stukken zijn ingezonden door de Inspecteur, artikel 8:42 Awb; f. er sprake is van fiscaal partnerschap; g. er sprake is van een bron van inkomen en ondernemerschap en welke woning geldt als eigen woning; h. de persoonsgebonden aftrek op een juist bedrag is vastgesteld; i. het voordeel uit sparen en beleggen te hoog is vastgesteld; j. belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van € 20.000; en k. of een hogere proceskostenvergoeding moet worden toegekend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken