Hof Den Haag 2 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1264

In hoger beroep is - naar het Hof begrijpt - in rolnummer BK-15/00879 (Rechtbank SGR 10/8258) in geschil of: de uitspraak op bezwaar moet worden vernietigd omdat deze niet binnen de termijn is gedaan; de Inspecteur wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar een dwangsom als bedoeld in artikel 4:17, lid 1, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), heeft verbeurd; de primitieve aanslag IB/PVV 2005 tijdig is opgelegd; de hoorplicht, het inzagerecht en het verdedigingsbeginsel zijn geschonden; belanghebbende en haar echtgenoot kunnen worden aangemerkt als fiscale partners; het leerstuk van de omkering en verzwaring van de bewijslast van toepassing is; belanghebbende negatieve inkomsten uit eigen woning geniet; belanghebbende kan worden aangemerkt als ondernemer; de verliesvaststellingsbeschikking op het juiste bedrag is vastgesteld; het saldo van de te verrekenen verliezen op een te laag bedrag is vastgesteld; het bedrag van de nog te verrekenen pga op een te laag bedrag is vastgesteld; het voordeel uit sparen en beleggen op de juiste hoogte is vastgesteld; de verliesvaststellingsbeschikking en de beschikking niet in aanmerking genomen pga voortijdig zijn genomen; belanghebbende zich met vrucht kan beroepen op gewekt vertrouwen; sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; en of belanghebbende recht heeft op immateriële schadevergoeding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken