Hof Amsterdam 19 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2834

Het BFT heeft in opdracht van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer onderzoek gedaan naar de mogelijke betrokkenheid van de oud-notaris bij hypotheekfraude en/of twijfelachtige ABC-transacties over het tijdvak 2004-2007. In totaal heeft het BFT vijftien transacties onderzocht. Op grond van de bevindingen van het BFT en het verslag van de plaatsvervangend voorzitter heeft de voorzitter van de kamer aan de kamer verzocht een beslissing te nemen over de bedenkingen die zijn gerezen tegen de oud-notaris. De kamer heeft de tegen de oud-notaris ambtshalve ingediende bedenkingen gegrond verklaard en de oud-notaris de tuchtmaatregel van ontzetting uit het ambt opgelegd. Het hof heeft in de zaak met zaaknummer 200.167.787/01 NOT het BFT niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. In de zaak met zaaknummer 200.168.718/01 NOT heeft het hof geoordeeld dat de ambtshalve bedenkingen deels gegrond en deels ongegrond zijn en de oud-notaris de maatregel van ontzetting opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken