CRvB 14 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:202
Intrekking en terugvordering van bijstand. Op geld waardeerbare werkzaamheden. Schending inlichtingenverplichting. Geen dringende redenen. Appellant heeft vaker bij de kapperszaak gewerkt dan opgegeven. Omdat het recht op bijstand per maand wordt vastgesteld kan het recht op bijstand per maand al door de aannemelijk gemaakte extra dagen en uren niet worden vastgesteld. Het besluit om niet af te zien van terugvordering getuigt niet van een onevenwichtige afweging van de daarbij betrokken belangen wat betreft de gevolgen van de terugvordering. Het college heeft in aanmerking genomen dat het college rekening heeft gehouden met de financiële omstandigheden van appellant door in eerste instantie niet in te vorderen en later akkoord te gaan met het lagere aflossingsbedrag dat appellante zelf heeft voorgesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 10 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2192
- CRvB 10 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2193
- CRvB 10 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2194
- CRvB 10 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2195
- CRvB 29 oktober 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2710
- CRvB 9 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2438
- CRvB 12 april 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1120