CRvB 10 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2195
De Raad zal in navolging van zijn uitspraak na de conclusie van AG De Bock (18 april 2024, CRVB:2024:726) en rekening houdend met de bijzonderheden voor de PW, een ruimere invulling geven aan het begrip ‘dringende redenen’ als bedoeld in artikel 58, achtste lid, van de PW om geheel of gedeeltelijk van terugvordering te kunnen afzien. Bij een beslissing over deze bevoegdheid moet de bijstandverlenende instantie niet alleen rekening houden met onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen van de terugvordering, maar ook andere belangen en relevante feiten en omstandigheden in zijn afweging moet betrekken. Die beslissing zal een toetsing aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur moeten kunnen doorstaan. Intrekking en terugvordering van bijstand. Boete. Vermogen. Voertuigen op naam. Schending inlichtingenverplichting. Evenredigheidsbeginsel Dringende reden. Stilzitten bestuursorgaan. Het college heeft geen dringende redenen aangenomen om (gedeeltelijk) van terugvordering af te zien. Bij die beslissing heeft het college zijn eigen aandeel in het oplopen van de terugvordering niet meegewogen. Door hiermee geen rekening te houden, heeft het college het bestreden besluit niet goed voorbereid en gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 18 april 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:726
- CBb 26 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:190
- CRvB 10 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2086
- ABRvS 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:772
- CRvB 13 december 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2794
- ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285
- CRvB 9 januari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:38
- CRvB 19 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2622
- CRvB 13 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2437
- CRvB 29 december 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK8306