CRvB 10 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2193
De Raad zal in navolging van zijn uitspraak na de conclusie van AG De Bock (18 april 2024, CRVB:2024:726) en rekening houdend met de bijzonderheden voor de PW, een ruimere invulling geven aan het begrip ‘dringende redenen’ als bedoeld in artikel 58, achtste lid, van de PW om geheel of gedeeltelijk van terugvordering te kunnen afzien. Bij een beslissing over deze bevoegdheid moet de bijstandverlenende instantie niet alleen rekening houden met onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen van de terugvordering, maar ook andere belangen en relevante feiten en omstandigheden in zijn afweging moet betrekken. Die beslissing zal een toetsing aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur moeten kunnen doorstaan. Intrekking en (mede)terugvordering van bijstand. Gezamenlijke huishouding. Schending inlichtingenverplichting. Evenredigheidsbeginsel. Dringende reden. Stilzitten bestuursorgaan. De terugvordering en de medeterugvordering van betrokkenen zijn hoog opgelopen als gevolg van het feit dat het dagelijks bestuur heeft nagelaten om naar aanleiding van de aanvraag van bijstand in 2009 goed onderzoek te doen naar de leefsituatie van betrokkene 1 en dat ook daarna niet gedaan heeft. Door hiermee geen rekening te houden heeft het dagelijks bestuur het bestreden besluit niet goed voorbereid en gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 18 april 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:726
- CBb 26 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:190
- CRvB 10 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2086
- ABRvS 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:772
- CRvB 13 december 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2794
- CRvB 11 oktober 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2207
- ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285
- CRvB 9 januari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:38
- CRvB 19 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2622
- CRvB 28 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3564