CRvB 16 februari 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:284
Appellant was vanaf 1 juni 2020 niet als ingezetene verzekerd op grond van de Wlz, omdat hij niet als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt. Hoewel buiten kijf staat dat de binding van appellant met Nederland groot is. De in aanmerking komende omstandigheden van dit geval, in hun onderlinge samenhang bezien, zijn echter van onvoldoende gewicht om een duurzame band van persoonlijke aard tussen appellant en Nederland – en daarmee ook woonplaats in Nederland – aan te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl