CRvB 20 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:146

Aanspraak op kinderbijslag, peildata, ingezetene van Nederland. Appellante heeft gesteld dat zij bij terugkeer direct de intentie had zich definitief weer in Nederland te vestigen, maar deze intentie werd op dat moment niet door objectieve factoren ondersteund. Appellante was dus op de peildata van het eerste, tweede en derde kwartaal van 2019 niet verzekerd voor de AKW. Dat zij vanaf 19 november 2018 een bijstandsuitkering ontving, dat zij een zorgverzekeringspolis had en dat zij in december 2018 was ingeschreven in de brp, leidt niet tot een ander oordeel. Naar het oordeel van de Raad kan niet worden gezegd dat de Svb zich bij zijn besluitvorming onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van [naam zoon]. Wat hiervoor is overwogen leidt tot de conclusie dat de Svb terecht kinderbijslag aan appellante heeft geweigerd over het eerste tot en met het derde kwartaal van 2019. De aangevallen uitspraken zullen dan ook worden bevestigd. 4.7. Hoewel dit kwartaal niet langer in geding is, merkt de Raad op dat de rechtbank appellante terecht op de peildatum van het vierde kwartaal van 2019 wel als ingezetene heeft beschouwd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken