Art. 1.2.2 Wlz, Algemene bepalingen
1. Waar iemand woont en waar een lichaam gevestigd is, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
2. Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen welke in Nederland hun thuishaven hebben, ten opzichte van de bemanning als deel van Nederland beschouwd.
3. Degene die Nederland metterwoon heeft verlaten en binnen een jaar nadien metterwoon terugkeert zonder inmiddels op het grondgebied van Aruba, Sint Maarten, Curaçao of op het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba of op het grondgebied van een andere Mogendheid te hebben gewoond, wordt ook voor de duur van zijn afwezigheid geacht in Nederland te hebben gewoond.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 20 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2987
- Hof Den Haag 30 juni 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1082
- CRvB 16 februari 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:284
- CRvB 24 februari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:439
- CRvB 20 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2021
- Rb. Zeeland-West-Brabant 21 mei 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:3496
- Rb. Zeeland-West-Brabant 13 maart 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1679
- Rb. Zeeland-West-Brabant 15 november 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7958
- Rb. Zeeland-West-Brabant 21 juli 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:5191
- Rb. Zeeland-West-Brabant 13 oktober 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:5015
- Rb. Overijssel 22 juli 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:3920
- Rb. Noord-Holland 15 november 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:10717
- Rb. Den Haag 16 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:20097
- Rb. Den Haag 16 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7034
- Rb. Amsterdam 4 maart 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1142
- Hof Amsterdam 29 augustus 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3428
- Hof Amsterdam 23 januari 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:721
- CRvB 12 september 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1775