CRvB 30 maart 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1115
Bij vervallen dagloongarantie voor werknemers die de overstap van werk naar werk zonder tussenliggende werkloosheid hebben gemaakt, is onvoldoende rekening gehouden met belangen van werknemers die deze overstap hebben gemaakt voor 31 mei 2013: In het licht van de wijziging van artikel 45 van de WW per 1 juni 2013, de daarbij gemaakte keuzen gericht op vereenvoudiging van wet- en regelgeving en het terugdringen van de uitvoeringskosten, en uit de afweging zoals die uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet Vereenvoudigingen regelingen UWV en uit de nota van toelichting bij het Dagloonbesluit blijkt, kan van artikel 12 van het Dagloonbesluit niet worden gezegd dat dit artikel in strijd is met algemene rechtsbeginselen of algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het is aan de materiële wetgever voorbehouden om alle betrokken belangen af te wegen. Dat die afweging in een betrekkelijk korte periode verschillende resultaten heeft opgeleverd waar het gaat om de regeling van de dagloongarantie, dient de rechter te respecteren, mede gelet op het feit dat de regering een onderbouwing heeft gegeven voor de herinvoering van de (herziene) dagloongarantie zonder terugwerkende kracht. Het overgangsrecht van artikel 26 van het Dagloonbesluit geeft geen regeling voor een dagloongarantie van de groep van werknemers die voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Dagloonbesluit de overstap van de ene naar de andere dienstbetrekking hebben gemaakt, zonder tussenliggende werkloosheid. De inhoud van de wijziging in de dagloongarantieregeling per 1 juni 2013 is niet eerder dan met de plaatsing in het Staatsblad van 30 mei 2013 bekend gemaakt. De werknemers die de overstap van werk naar werk zonder tussenliggende werkloosheid hebben gemaakt vóór 31 mei 2013, waren in de periode op of na 31 mei 2013 niet meer in staat om zich aan de werking van het Dagloonbesluit te onttrekken door het onmiddellijke vervallen van de tot dan toe bestaande dagloongarantie. De materiële wetgever had, gelet op artikel 17, eerste lid, van het Besluit dagloonregels, bij de te verrichten belangenafweging bijzondere zorgvuldigheid en voldoende respect voor de rechtszekerheid moeten betrachten bij het laten vervallen van de dagloongarantieregeling voor gevallen van overgang van werk naar werk zonder tussenliggende werkloosheidsuitkering. Aan die eis is niet voldaan, omdat in het geheel geen rekening is gehouden met de belangen van deze groep werknemers. Voor deze groep had een uitzondering moeten worden gemaakt op de overgangsrechtelijke hoofdregel dat de eerste uitkeringsdag beslissend is en de werking van artikel 17, eerste lid, van het Besluit dagloonregels in stand moeten blijven. Het Uwv had daarom artikel 12 van het Dagloonbesluit ten aanzien van deze groep werknemers buiten toepassing dienen te laten en moeten beoordelen of toepassing van artikel 17 van het Besluit dagloonregels tot een hoger dagloon leidt. Voor werknemers die na 30 mei 2013 de overstap van de ene naar de andere dienstbetrekking hebben gemaakt zonder tussenliggende werkloosheidsuitkering, is dat anders. Voor hen geldt dat zij zich na raadpleging en eventuele advisering over de toen beschikbaar gekomen informatie over het Dagloonbesluit wel hadden kunnen instellen op de wijziging van de dagloonregels. Zij hadden vanaf die datum de mogelijke gevolgen van een dergelijke overstap kunnen overzien en hun beslissing daarop kunnen afstemmen.
De uitspraak op rechtspraak.nl