CRvB 13 oktober 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BT8812

Ontslagregeling. De Raad wijst erop dat appellant tijdens de onderhandelingen werd bijgestaan door een advocaat en dat deze namens appellant aan de minister heeft meegedeeld dat hij instemde met het gedane voorstel. Nadat partijen nader hadden gecorrespondeerd over de uitvoering van de overeenkomst, heeft de opvolgend advocaat bij brief van 18 december 2008 bij de minister aangedrongen op nakoming van de overeenkomst. Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de Raad niet worden gezegd dat op appellant ongeoorloofde druk is uitgeoefend. De Raad is evenmin gebleken van andere zodanige bijzondere omstandigheden dat nakoming van de gemaakte afspraken in redelijkheid niet (meer) van appellant kan worden gevergd. De Raad overweegt dat de ontslaggrond voortvloeit uit de ontslagregeling en dat voor deze ontslaggrond juist is gekozen om appellant in aanmerking te kunnen brengen voor een wachtgelduitkering. De Raad ziet daarom niet in dat de desbetreffende ontslaggrond in dit geval niet toegepast had mogen worden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen