CRvB 2 augustus 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX3536

Tussenuitspraak. Uit de rechtspraak van de Raad over de intrekking van een door de ambtenaar gedaan ontslagverzoek, inhoudend dat de bekendmaking van de intrekking aan het bevoegd gezag vóórdat het ontslagbesluit is genomen ertoe leidt dat de grondslag aan een ontslag op verzoek is komen te ontvallen (CRvB 27 januari 1994, LJN ZB5046 en TAR 1994, 58 ), blijkt dat een ambtenaar een dergelijk ontslagverzoek mag intrekken. In lijn daarmee valt niet in te zien dat appellant niet het recht zou toekomen om van zijn ondertekening van de overeenkomst, waarmee hij in wezen een voorstel aan het college deed, terug te komen voordat het college zijn besluit had genomen. Dit oordeel brengt mee dat de grondslag is ontvallen aan de overeenkomst tussen appellant en het college. Het college heeft de aanwezigheid van een overeenkomst tussen appellant en het college dus ook ten onrechte aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd. Het bestreden besluit kan in rechte geen stand houden, evenals de aangevallen uitspraak waarbij het beroep tegen dit besluit ongegrond was verklaard. De Raad ziet aanleiding om het college op te dragen het gebrek in het besluit van 21 september 2009 te herstellen. Het college dient een inhoudelijk besluit te nemen op de bezwaren van appellant tegen de besluiten van 15 maart 2007 (schorsing) en 29 mei 2007 (ontslag).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen