CRvB 19 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1830

Afwijzing verzoek om herziening van de overeenkomst, omdat in verband met de verhoging van de AOW-leeftijd een gat van 21 maanden in zijn inkomen ontstaat op het moment dat hij 65 jaar wordt. De Raad is van oordeel dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het, in weerwil van de in artikel 9 van de overeenkomst genoemde einddatum van de uitkering, de bedoeling van partijen is geweest om de uitkering na de genoemde einddatum te laten doorlopen indien de AOW-gerechtigde leeftijd zou worden verhoogd. De enkele omstandigheid dat de datum van 1 september 2020 samenhangt met de AOW-leeftijd zoals die gold ten tijde van het sluiten van de overeenkomst, waarop appellant heeft gewezen, is daarvoor onvoldoende.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken