CRvB 2 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1235

Onbevoegdheid rechtbank. Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat de bestuursrechter bevoegd is om van het geschil tussen partijen kennis te nemen. Uit 4.3.1 tot en met 4.3.4. volgt dat de rechtbank zich ten onrechte onbevoegd heeft verklaard van het geschil kennis te nemen, zodat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Weigering vaststelling vso. Met instemming van partijen zal de Raad uit een oogpunt van proceseconomie het beroep tegen het bestreden besluit niet terugwijzen naar de rechtbank ter behandeling bij het beroep tegen het ontslagbesluit, maar daarover thans zelf een oordeel uitspreken. Tussen partijen is niet in geschil dat de advocaat van het college op 16 oktober 2019 een voorstel voor een minnelijke ontslagregeling heeft gedaan, waarbij een uitdrukkelijk voorbehoud is gemaakt dat het college op bestuurlijk niveau de ambtelijk overeengekomen regeling moest goedkeuren. Anders dan betrokkene heeft betoogd, dient het nadere voorstel van de advocaat van het college van 13 december 2019 niet te worden gezien als een op zichzelf staand aanbod, maar als een uitvloeisel van het onderhandelingstraject. Het college heeft uiteindelijk (na zelfstandige beoordeling hiervan) niet ingestemd met de overeenkomst, zodat er geen definitieve vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen waaraan het college gebonden is. Het betoog van betrokkene dat bij hem het gerechtvaardigd vertrouwen was gewekt dat de goedkeuring door het college louter een formaliteit was, kan evenmin slagen. Tot slot. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit ongegrond verklaren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken