CBb 22 april 2025, ECLI:NL:CBB:2025:263
Meststoffenwet; boete wegens niet voldoen aan de mestverwerkingsplicht. Hoger beroep van de minister en incidenteel hoger beroep van de landbouwer. Het hoger beroep van de minister slaagt. Het door de landbouwer gestelde beperkte economisch voordeel bij het niet voldoen aan de mestverwerkingsplicht geeft, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, geen aanleiding voor matiging van de boete. Ook is de rechtbank er bij het zelf bepalen van de hoogte van de boete ten onrechte van uitgegaan dat het boetebedrag behalve uit de componenten economisch voordeel en de bestraffing voor de overtreding, nog uit een derde component, ‘berokkende schade’, bestaat. Het College is van oordeel dat de hoogte van de opgelegde boete, gezien de aard en ernst van de geconstateerde overtreding en de mate waarin deze aan de landbouwer kan worden verweten, evenredig is.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 26 november 2024, ECLI:NL:CBB:2024:858
- CBb 24 september 2024, ECLI:NL:CBB:2024:660
- CBb 30 april 2024, ECLI:NL:CBB:2024:316
- CBb 26 april 2022, ECLI:NL:CBB:2022:191
- CBb 11 januari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:2
- Rb. Zeeland-West-Brabant 10 juni 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:2940
- CBb 3 november 2016, ECLI:NL:CBB:2016:355
- CBb 28 februari 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BV8605