CBb 26 november 2024, ECLI:NL:CBB:2024:858

Hoger beroep mestboete vanwege niet-naleving van de mestverwerkingsplicht, art. 33a Msw. Overtreding niet in geschil, landbouwer doet beroep op matiging vanwege gering economisch voordeel. Het College oordeelt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden als bedoeld in 5:46, derde lid, Awb die maken dat het in de Msw vastgestelde boetebedrag in dit geval onevenredig is. Landbouwer behoort tot de groep bedrijven waarop de wetgever het oog heeft gehad bij vaststelling van de boetebedragen. Dat de landbouwer mogelijk een goedkope verwerkingsovereenkomst had kunnen afsluiten is daarom geen grond voor matiging. Het College matigt de boete wel ivm overschrijding redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken