CBb 26 november 2024, ECLI:NL:CBB:2024:858
Hoger beroep mestboete vanwege niet-naleving van de mestverwerkingsplicht, art. 33a Msw. Overtreding niet in geschil, landbouwer doet beroep op matiging vanwege gering economisch voordeel. Het College oordeelt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden als bedoeld in 5:46, derde lid, Awb die maken dat het in de Msw vastgestelde boetebedrag in dit geval onevenredig is. Landbouwer behoort tot de groep bedrijven waarop de wetgever het oog heeft gehad bij vaststelling van de boetebedragen. Dat de landbouwer mogelijk een goedkope verwerkingsovereenkomst had kunnen afsluiten is daarom geen grond voor matiging. Het College matigt de boete wel ivm overschrijding redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 11 juni 2024, ECLI:NL:CBB:2024:393
- CBb 11 januari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:2
- Rb. Oost-Brabant 21 juli 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:3819
- Rb. Zeeland-West-Brabant 10 juni 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:2940
- CBb 3 november 2016, ECLI:NL:CBB:2016:355
- CBb 15 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:211
- CBb 28 februari 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BV8605