CBb 3 mei 2022, ECLI:NL:CBB:2022:211
Hoger beroepen tegen uitspraak van de accountantskamer van de oorspronkelijke klager en vier accountants. Het betreft een vierde klacht tegen vier accountants die een persoonsgericht onderzoek naar klager hebben uitgevoerd. Hoger beroep van de accountants, met gronden over misbruik van recht en het concentratiebeginsel, is ongegrond. Hoger beroep van klager is gegrond voor zover het gaat om de niet-ontvankelijk verklaring van twee klachtonderdelen. Het College verklaart deze klachtonderdelen ongegrond. Geen vergunningplicht op grond van de Wpbr. Positie in de tuchtprocedure van door de accountant in een strafrechtelijke procedure afgelegde getuigenverklaring.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 126ud Sv
- Artikel 19 RA
- Artikel 19a RA
- Artikel 3:15 BW3
- Artikel 1 Wpbr
- Artikel 2 Wpbr
- Artikel 1 Wta
- Artikel 22 Wet tuchtrechtspraak accountants
- Artikel 43i Wet tuchtrechtspraak accountants
- Artikel 51 Wet tuchtrechtspraak accountants
- Artikel 19 Wet op het accountantsberoep
- Artikel 42 Wet op het accountantsberoep
- Artikel 6 EVRM
Aangehaalde uitspraken
- CBb 11 januari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:17
- Hof Den Haag 5 oktober 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1743
- CBb 20 april 2021, ECLI:NL:CBB:2021:430
- CBb 2 maart 2021, ECLI:NL:CBB:2021:219
- CBb 8 december 2020, ECLI:NL:CBB:2020:951
- Accountantskamer NIVRA 9 oktober 2020, ECLI:NL:TACAKN:2020:59
- Accountantskamer NIVRA 22 november 2019, ECLI:NL:TACAKN:2019:77
- CBb 11 juni 2019, ECLI:NL:CBB:2019:228
- Accountantskamer NIVRA 22 maart 2019, ECLI:NL:TACAKN:2019:22
- CBb 4 december 2018, ECLI:NL:CBB:2018:650
- Accountantskamer NIVRA 23 april 2018, ECLI:NL:TACAKN:2018:22
- CBb 4 april 2018, ECLI:NL:CBB:2018:99
- Hof Den Haag 4 april 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:829
- CBb 15 november 2016, ECLI:NL:CBB:2016:389