CBb 29 juni 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BW9888
Het College beoordeelt aan de hand van een aanvullend beroepschrift of de Rb. aan de orde heeft mogen stellen of AFM het ne bis in idem-beginsel heeft geschonden door een besluit te nemen tot oplegging van een boete aan A. wegens overtreding van art. 4:9 lid 2 Wft. Naar het oordeel van het College kon de Rb. in de inhoud van het aanvullend beroepschrift aanleiding zien om de vraag aan de orde te stellen of, gelet op een eerder boetebesluit, AFM in strijd handelt met het ne bis in idem-beginsel doordat zij A. wederom een boete heeft opgelegd. De Rb. had echter partijen in de gelegenheid behoren te stellen zich over het ne bis in idem vraagstuk uit te laten, hetzij door de gerezen vragen in het kader van het vooronderzoek aan partijen voor te leggen, hetzij door gebruik te maken van haar bevoegdheid tot schorsing van het onderzoek ter zitting als bedoeld in art. 8:64 Awb. Door voor het eerdere boetebesluit en de wezenlijke vragen die dit bij haar oproept eerst ter zitting aandacht te vragen en partijen onvoldoende mogelijkheid te bieden zich daarover uit te laten, heeft de Rb. gehandeld in strijd met de beginselen van een goede procesorde.
De uitspraak op rechtspraak.nl