Rb. Rotterdam 25 april 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ8775
Naast beboeting door verweerder voor overtreding van de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) in samenhang met het Burgerlijk Wetboek (BW), is eiseres - eerder - door voorheen de NMa beboet wegens overtreding van artikel 95m, derde lid, van de Electriciteitswet en artikel 52b, derde lid, van de Gaswet. Er is geen sprake van dezelfde overtreding als bedoeld in artikel 5:43 van de Awb. Met het opleggen van de onderhavige boetes heeft verweerder het ne bis in idem beginsel dan ook niet geschonden. Verweerder heeft ter onderbouwing van de overtredingen een aantal bewijsmiddelen gehanteerd, waaronder de verklaringen over de scripts van twee colporteurs, consumentenonderzoek (het Newcom rapport) en de verklaringen van consumenten die een melding hadden gedaan en hierover nader zijn bevraagd. De rechtbank is van oordeel dat gewaakt moet worden voor vervaging van de herinnering door tijdsverloop. De twee verklaringen van consumenten die zijn nagebeld 275 dagen na het tijdstip van de colportage, zal de rechtbank dan ook buiten de beoordeling laten. De resterende verklaringen variëren van 51 tot 125 dagen na de colportage, hetgeen de rechtbank acceptabel acht. De resterende verklaringen kunnen dan ook voor het bewijs worden gebruikt. De rechtbank ziet geen aanleiding de verklaringen van de twee verhoorde colporteurs buiten beschouwing te laten. Het doel van het onderzoek van verweerder was niet om een beeld te krijgen van de doorsnee handelwijze van eiseres. Verweerder heeft onderzocht of eiseres bij het gebruik van het middel colportage in strijd met de wettelijke bepalingen heeft gehandeld. De verklaringen van de colporteurs kunnen aan het bewijs hiervoor bijdragen. De rechtbank is van oordeel dat met het rapport van Van Koppen (door eiseres overgelegd) niet is aangetoond dat het Newcom onderzoek ondeugdelijk is. Geen schending van nemo tenetur-beginsel. Door eiseres voorgestane uitleg van het criterium “onafhankelijk van de wil van betrokkene” acht de rechtbank te beperkt. Geconcludeerd moet worden tot verweerder terecht tot de vaststelling van de overtredingen (onjuiste dan wel misleidende informatie verstrekken over het bestaan van een specifiek prijsvoordeel, niet nakomen verplichting Gedragscode en misleidende informatie over het recht op herroeping/annulering) is gekomen. Bij boeteoplegging geen sprake van strijd met het gelijkheids- en het evenredigheidsbeginsel.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 68 Sr
- Artikel 313 Sv
- Artikel 7 Colpw
- Artikel 6:193c BW6
- Artikel 6:193d BW6
- Artikel 6:193e BW6
- Artikel 5:16 Awb
- Artikel 5:17 Awb
- Artikel 5:20 Awb
- Artikel 5:41 Awb
- Artikel 5:43 Awb
- Artikel 5:46 Awb
- Artikel 7:4 Awb
- Artikel 95a E-wet
- Artikel 95m E-wet
- Artikel 52b Gaswet
- Artikel 42 Instellingswet Autoriteit Consument en Markt
- Artikel 6 EVRM