Art. 8.4.28 Wetboek van Strafvordering
1. Tegen een kennisgeving als bedoeld in artikel 8.4.6, eerste lid, kan de verdachte of de veroordeelde dan wel de benadeelde partij binnen twee weken een bezwaarschrift indienen bij de rechtbank.
2. Bevoegd om over het bezwaarschrift te oordelen zijn:
a. als de kennisgeving is gedaan door de officier van justitie bij een arrondissementsparket: de rechtbank van het desbetreffende arrondissement;
b. als de kennisgeving is gedaan door de officier van justitie bij het landelijk parket: het functioneel parket of het parket centrale verwerking openbaar ministerie: de rechtbank Amsterdam, de rechtbank Den Haag, de rechtbank Oost-Brabant, de rechtbank Overijssel en de rechtbank Rotterdam.
3. Als de rechtbank het bezwaarschrift gegrond acht, verklaart zij het voorgenomen of het voorgestelde verzoek tot strafvervolging ontoelaatbaar.