Art. 8.4.24 Wetboek van Strafvordering
1. Zo spoedig mogelijk na de ontvangst van het advies van de officier van justitie neemt Onze Minister een beslissing, waarbij het verzoek tot het instellen van een strafvervolging wordt ingewilligd dan wel afgewezen.
2. Alvorens zijn beslissing omtrent het verzoek tot strafvervolging te nemen, kan Onze Minister het internationaal gerecht waarvan het verzoek is uitgegaan in de gelegenheid stellen tot het verschaffen van nadere inlichtingen binnen een door hem te stellen termijn indien daaraan met het oog op de beslissing omtrent het verzoek behoefte bestaat.