Art. 7.5.12 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. De rechtbank kan op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de veroordeelde of een benadeelde derde het bedrag van de ontnemingsmaatregel verminderen of kwijtschelden.

2. De vordering of het verzoek wordt gedaan binnen drie jaar na de dag waarop het bedrag, of het laatste gedeelte daarvan, is betaald of verhaald.

3. De rechtbank kan zonder onderzoek op de zitting beslissen indien een tweede of volgend verzoek van de veroordeelde onderscheidenlijk de benadeelde derde kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is.

4. De rechtbank kan bevelen dat de ontnemingsmaatregel niet wordt tenuitvoergelegd zolang zij niet heeft beslist op de vordering of het verzoek.

5. Indien de rechtbank de vordering of het verzoek gegrond acht, vermindert de rechtbank het bedrag van de ontnemingsmaatregel of scheldt zij het bedrag kwijt. Indien het bedrag al is betaald of verhaald, kan de rechtbank bevelen dat het bedrag geheel of gedeeltelijk wordt teruggegeven, of wordt uitgekeerd aan een door haar aangewezen derde. Indien blijkt dat een hoger bedrag is vastgesteld dan de som van het werkelijke voordeel, strekt het bevel van de rechtbank tot vermindering of teruggave, ten minste gelijk aan het verschil. Het bevel van de rechtbank laat ieders recht op het teruggegeven of uitgekeerde bedrag onverlet.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen