Art. 23 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat, Conferentie van de partijen
Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
1. De Conferentie van de partijen bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen bij dit verdrag.
2. De partijen voeren periodiek overleg teneinde:
a. de doeltreffende toepassing en uitvoering van dit verdrag te vergemakkelijken, waaronder het in kaart brengen van eventuele problemen en de gevolgen van een voorbehoud krachtens artikel 34, lid 1, of een verklaring krachtens dit verdrag;
b. mogelijke aanvullingen of wijzigingen van dit verdrag in overweging te nemen;
c. aangelegenheden in overweging te nemen en specifieke aanbevelingen te doen met betrekking tot de uitlegging en de toepassing van dit verdrag;
d. met het oog op de uitvoering van dit verdrag de uitwisseling van inlichtingen over belangrijke juridische, beleids- of technologische ontwikkelingen te vergemakkelijken, onder meer in het licht van de verwezenlijking van de in artikel 25 omschreven doelstellingen;
e. de minnelijke schikking van geschillen in verband met de toepassing van dit verdrag waar nodig te vergemakkelijken; en
f. de samenwerking met belanghebbenden met betrekking tot toepasselijke aspecten van de uitvoering van dit verdrag te vergemakkelijken, waar nodig onder meer middels openbare hoorzittingen.
3. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa roept de Conferentie van de partijen bijeen wanneer hij dit noodzakelijk acht en in ieder geval indien een meerderheid van de partijen of het Comité van Ministers daarom verzoekt.
4. De Conferentie van de partijen stelt binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van dit verdrag bij consensus haar reglement van orde vast.
5. De partijen krijgen ondersteuning van het Secretariaat van de Raad van Europa bij de uitvoering van hun taken krachtens dit artikel.
6. De Conferentie van de partijen kan het Comité van Ministers passende manieren voorstellen om deskundigen in te zetten ter ondersteuning van de doeltreffende uitvoering van dit verdrag.
7. Elke partij die geen lid is van de Raad van Europa draagt bij aan de financiering van de activiteiten van de Conferentie van de partijen. De bijdrage van een niet-lidstaat van de Raad van Europa wordt gezamenlijk door het Comité van Ministers en die niet-lidstaat vastgesteld.
8. De Conferentie van de partijen kan besluiten om de deelname van een partij aan haar werkzaamheden te beperken als die partij wegens een ernstige inbreuk van artikel 3 van het Statuut van de Raad van Europa (ETS nr. 1) niet langer lid is van de Raad krachtens artikel 8 van het Statuut. Evenzo kunnen bij een besluit van het Comité van Ministers maatregelen worden getroffen ten aanzien van een partij die geen lidstaat van de Raad van Europa is om de betrekkingen met die staat te beëindigen op vergelijkbare gronden als die van artikel 3 van het Statuut.
Verwijst naar
- Artikel 25 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 34 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 8 Verdrag van Londen
- Artikel 3 Verdrag van Londen
Artikelen die hiernaar verwijzen
Vorige artikelen
- Artikel 18 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 19 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 20 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 21 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 22 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
Volgende artikelen
- Artikel 24 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 25 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 26 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 27 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 28 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat