Art. 24 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat, Verslagverplichting
Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
1. Elke partij verstrekt binnen twee jaar nadat zij partij is geworden, en vervolgens op gezette tijden, aan de Conferentie van de partijen een verslag met bijzonderheden over de tot uitvoering van artikel 3, lid 1, punten a) en b), ondernomen activiteiten.
2. De Conferentie van de partijen bepaalt de vorm en de procedure voor het indienen van het verslag overeenkomstig het reglement van orde.
Verwijst naar
Vorige artikelen
- Artikel 19 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 20 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 21 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 22 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 23 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
Volgende artikelen
- Artikel 25 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 26 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 27 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 28 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
- Artikel 29 Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat