Art. 95 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, Krijgstuchtelijke sancties
Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Krijgsgevangenen, verdacht van een vergrijp tegen de krijgstucht, zullen tijdens het onderzoek niet in voorlopig arrest worden gehouden, tenzij een lid van de gewapende macht van de gevangenhoudende Mogendheid, indien verdacht van een soortgelijk vergrijp, evenzo in voorlopig arrest zou worden gehouden of indien de orde en krijgstucht in het kamp zulks vereisen.
De tijd welke een krijgsgevangene in afwachting van de afdoening van een krijgstuchtelijk vergrijp in voorlopig arrest doorbrengt, zal tot het uiterste minimum worden beperkt en de duur van veertien dagen niet overschrijden.
De bepalingen van de artikelen 97 en 98 van dit hoofdstuk zullen van toepassing zijn op krijgsgevangenen die zich in voorlopig arrest bevinden in afwachting van de afdoening van krijgstuchtelijke vergrijpen.
Vorige artikelen
- Artikel 90 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 91 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 92 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 93 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 94 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Volgende artikelen
- Artikel 96 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 97 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 98 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 99 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 100 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen