Art. 90 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, Krijgstuchtelijke sancties
Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
De duur van één enkele straf mag in geen geval dertig dagen overschrijden. De gehele tijd in voorlopig arrest doorgebracht, in afwachting van het verhoor inzake een krijgstuchtelijk vergrijp of van het opleggen van een krijgstuchtelijke straf, zal op de aan een krijgsgevangene opgelegde straf in mindering worden gebracht.
Het maximum van dertig dagen, als hierboven voorgeschreven, mag niet worden overschreden, zelfs niet indien een krijgsgevangene zich op het ogenblik dat hij wordt gestraft, voor meer dan één vergrijp mocht hebben te verantwoorden, onverschillig of deze feiten al dan niet met elkander in verband staan.
Tussen het aanzeggen van een krijgstuchtelijke straf en de tenuitvoerlegging daarvan mag niet meer dan één maand verlopen.
Wanneer aan een krijgsgevangene een nieuwe krijgstuchtelijke straf wordt opgelegd, zal tussen de tenuitvoerlegging van deze twee straffen een termijn van ten minste drie dagen verlopen, indien de duur van één dezer straffen tien dagen of meer bedraagt.
Vorige artikelen
- Artikel 85 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 86 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 87 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 88 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 89 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Volgende artikelen
- Artikel 91 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 92 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 93 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 94 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 95 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen