Art. 91 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, Krijgstuchtelijke sancties
Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
De ontvluchting van een krijgsgevangene zal als geslaagd worden beschouwd wanneer:
1. hij zich bij de gewapende macht van de Mogendheid tot welke hij behoort, of bij die van een bondgenoot heeft gevoegd;
2. hij het grondgebied dat onder de macht staat van de gevangenhoudende Mogendheid of van een bondgenoot van deze Mogendheid, heeft verlaten;
3. hij zich aan boord van een schip heeft begeven, dat de vlag voert van de Mogendheid tot welke hij behoort, of van een bondgenoot en hetwelk zich in de territoriale wateren van de gevangenhoudende Mogendheid bevindt, mits dit schip niet onder het gezag van laatstgenoemde Mogendheid staat.
Krijgsgevangenen wier ontvluchting in de zin van dit artikel is geslaagd en die wederom gevangen worden genomen, zullen op geen enkele wijze strafbaar zijn voor hun vroegere ontvluchting.
Vorige artikelen
- Artikel 86 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 87 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 88 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 89 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 90 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Volgende artikelen
- Artikel 92 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 93 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 94 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 95 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 96 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen