Art. 88 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, Strafrechtelijke en krijgstuchtelijke sancties
Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Krijgsgevangen officieren, onderofficieren en manschappen, die een krijgstuchtelijke of gerechtelijke straf ondergaan, mogen niet aan een strengere behandeling worden onderworpen dan die welke bij dezelfde straffen voor leden van de gewapende macht van de gevangenhoudende Mogendheid van overeenkomstige rang wordt toegepast.
Vrouwelijke krijgsgevangenen mogen niet zwaarder worden gestraft, noch, wanneer zij een straf ondergaan, strenger worden behandeld dan voor een soortgelijk vergrijp gestrafte vrouwelijke leden van de gewapende macht van de gevangenhoudende Mogendheid.
In geen geval mogen vrouwelijke krijgsgevangenen zwaarder worden gestraft, noch, wanneer zij een straf ondergaan, strenger worden behandeld dan voor een soortgelijk vergrijp gestrafte mannelijke leden van de gewapende macht van de gevangenhoudende Mogendheid.
Krijgsgevangenen die een krijgstuchtelijke of gerechtelijke straf hebben ondergaan, mogen niet verschillend van de andere krijgsgevangenen worden behandeld.
Vorige artikelen
- Artikel 83 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 84 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 85 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 86 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 87 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Volgende artikelen
- Artikel 89 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 90 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 91 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 92 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 93 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen