Art. 60 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Bezette gebieden
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Zendingen tot hulpverlening zullen de bezettende Mogendheid in genen dele ontheffen van de aansprakelijkheid welke op haar rust ingevolge de artikelen 55, 56 en 59. De bezettende Mogendheid mag in geen enkel opzicht de zendingen tot hulpverlening onttrekken aan het doel waarvoor zij zijn bestemd, behoudens in gevallen van dringende noodzaak, in het belang van de bevolking van het bezette gebied en met toestemming van de beschermende Mogendheid.
Artikelen die hiernaar verwijzen
- Artikel 68 Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I)
- Artikel 69 Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I)
Vorige artikelen
- Artikel 55 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 56 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 57 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 58 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 59 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 61 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 62 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 63 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 64 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 65 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd