Art. 77 PCT, Bevoegdheid ingevolge artikel 39, eerste lid, onder b)
Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (PCT)
77.1. Uitoefening van bevoegdheid
a) Een Verdragsluitende Staat die een termijn toestaat welke op een ter tijdstip verstrijkt dan de in artikel 39, eerste lid, onder a) bepaalde termijn, dient het Internationale Bureau in kennis te stellen van de aldus vastgestelde termijn.
b) Een door het Internationale Bureau ingevolge het bepaalde onder paragraaf a) ontvangen kennisgeving wordt onverwijld door het Internationale Bureau bekendgemaakt in het mededelingenblad.
c) Kennisgevingen betreffende de verkorting van de voordien vastgestelde termijn gelden met betrekking tot verzoeken ingediend na het verstrijken van 3 maanden te rekenen van de datum waarop de kennisgeving door het Internationale Bureau is bekendgemaakt.
d) Kennisgevingen betreffende de verlenging van de voordien vastgestelde termijn worden van kracht bij bekendmaking door het Internationale Bureau in het mededelingenblad ten aanzien van op dat tijdstip aanhangige of na de datum van deze bekendmaking overgelegde verzoeken dan wel, indien de Verdragsluitende Staat die de kennisgeving doet, een latere datum vaststelt, met ingang van die latere datum.