Art. 38 EEX, Tenuitvoerlegging
Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX)
1. Het gerecht dat over het verzet oordeelt kan op verzoek van de partij, die het verzet heeft gedaan, zijn uitspraak aanhouden indien tegen de in den vreemde gegeven beslissing in de Staat van herkomst een gewoon rechtsmiddel is aangewend of indien de termijn daarvoor nog niet is verstreken; in dit laatste geval kan het gerecht een termijn stellen binnen welke het rechtsmiddel moet worden aangewend.
2. Indien de beslissing in Ierland of het Verenigd Koninkrijk is gegeven, wordt elk rechtsmiddel dat in de Staat van herkomst kan worden ingesteld, voor de toepassing van het eerste lid beschouwd als een gewoon rechtsmiddel.
3. Dit gerecht kan het verlof tot tenuitvoerlegging ook geven op voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld; de zekerheid wordt door het gerecht omschreven.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2838
- HR 18 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1765
- Rb. Amsterdam 29 juni 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:5691
- Conclusie A-G Vlas 6 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:530
- HR 18 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1768
- HR 14 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7456
- HR 18 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0002
- Rb. Amsterdam 4 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2144
- Conclusie A-G Vlas 23 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:22
- HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2816
- Hof Den Haag 28 mei 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1195
- Rb. Zutphen 16 augustus 2006, ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ0577
- Rb. Utrecht 16 november 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:BU5328
- Rb. Rotterdam 21 juni 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BT1506
- Rb. Oost-Brabant 8 januari 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:BY8978
- Rb. Middelburg 22 oktober 2003, ECLI:NL:RBMID:2003:AN8709
- Rb. Haarlem 25 april 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BD0602
- Rb. Gelderland 25 maart 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:2678
- Rb. Den Haag 12 oktober 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:11491
- Rb. Amsterdam 9 november 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6444