Art. 37 Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer
Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer
1. De inwonende gezinsleden van een diplomatieke ambtenaar genieten, indien zij geen onderdaan zijn van de ontvangende staat, de in de artikelen 29 t/m 36 omschreven voorrechten en immuniteiten.
2. Leden van het administratieve en technische personeel van de zending, alsmede inwonende gezinsleden, genieten, indien zij geen onderdaan zijn van, of niet duurzaam verblijf houden in, de ontvangende staat, de in de artikelen 29 t/m 35 omschreven voorrechten en immuniteiten, met dien verstande dat de immuniteit van de burger- en administratiefrechtelijke bevoegdheid van de ontvangende staat omschreven in lid 1 van artikel 31 zich niet uitstrekt tot handelingen die geen ambtshandelingen zijn. Zij genieten voorts de in artikel 36, lid 1, omschreven voorrechten met betrekking tot goederen die worden ingevoerd ten tijde dat zij zich voor het eerst inrichten.
3. Leden van het bedienende personeel van de zending die geen onderdaan zijn van, of niet duurzaam verblijf houden in, de ontvangende staat genieten immuniteit ten aanzien van handelingen verricht in hun dienstbetrekking, vrijstelling van belastingen en rechten op de lonen die zij ontvangen uit hoofde van hun dienstbetrekking, alsmede de in artikel 33 vervatte vrijstelling.
4. Particuliere bedienden van leden van de zending zijn, indien zij geen onderdaan zijn van, of niet duurzaam verblijf houden in, de ontvangende staat, vrijgesteld van belastingen en rechten op de lonen die zij ontvangen uit hoofde van hun dienstbetrekking. In andere opzichten genieten zij slechts voorrechten en immuniteiten voorzover de ontvangende staat dit toestaat. De ontvangende staat moet zijn rechtsmacht over deze personen evenwel uitoefenen op een wijze die de uitoefening van de functies van de zending niet onnodig bemoeilijkt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR0387
- Hof Arnhem-Leeuwarden 8 oktober 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:7499
- HR 11 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI6317
- Hof Den Haag 19 oktober 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:3314
- Hof Den Haag 13 maart 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:551
- Hof Den Haag 13 maart 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:552
- Conclusie A-G Wattel 18 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1101
- Conclusie A-G Wattel 12 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:702
- Hof 's-Gravenhage 28 maart 2008, ECLI:NL:GHSGR:2008:BC8063
- Hof Den Haag 27 september 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2218
- Hof Den Haag 9 juni 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1094
- Hof Den Haag 28 mei 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1436
- CRvB 24 oktober 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2091
- Rb. Oost-Brabant 26 november 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:6791
- Rb. Den Haag 16 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:7997
- Rb. Den Haag 12 december 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:13438
- Rb. Den Haag 23 september 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:10074
- Rb. Den Haag 22 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:9858
- Rb. Den Haag 4 september 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:11807
- Rb. Arnhem 18 december 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BY6260