Art. 20 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, Persoonlijke mobiliteit
Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
De Staten die Partij zijn nemen alle effectieve maatregelen om de persoonlijke mobiliteit van personen met een handicap met de grootst mogelijke mate van zelfstandigheid te waarborgen onder meer door:
a. de persoonlijke mobiliteit van personen met een handicap te faciliteren op de wijze en op het tijdstip van hun keuze en tegen een betaalbare prijs;
b. de toegang voor personen met een handicap tot hoogwaardige mobiliteitshulpmiddelen, -instrumenten, ondersteunende technologieën en vormen van assistentie en bemiddeling door mensen te faciliteren, onder meer door deze beschikbaar te maken tegen een betaalbare prijs;
c. personen met een handicap en gespecialiseerd personeel dat met personen met een handicap werkt, training in mobiliteitsvaardigheden te verschaffen;
d. instellingen die mobiliteitshulpmiddelen, -instrumenten en ondersteunende technologieën produceren, aan te moedigen rekening te houden met alle aspecten van mobiliteit voor personen met een handicap.
Vorige artikelen
- Artikel 15 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 16 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 17 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 18 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 19 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
Volgende artikelen
- Artikel 21 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 22 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 23 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 24 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 25 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap