Art. 22 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, Eerbiediging van de privacy
Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
1. Geen enkele persoon met een handicap, ongeacht zijn of haar woonplaats of woonsituatie, zal worden blootgesteld aan willekeurige of onrechtmatige inmenging in zijn of haar privéleven, gezinsleven, woning of correspondentie, of andere vormen van communicatie, of aan onrechtmatige aantasting van zijn of haar eer en reputatie. Personen met een handicap hebben recht op wettelijke bescherming tegen dergelijke vormen van inmenging of aantasting.
2. De Staten die Partij zijn beschermen de privacy van personen met een handicap met betrekking tot persoonsgegevens en informatie omtrent hun gezondheid en revalidatie op voet van gelijkheid met anderen.
Vorige artikelen
- Artikel 17 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 18 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 19 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 20 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 21 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
Volgende artikelen
- Artikel 23 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 24 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 25 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 26 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 27 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap