Art. 15 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, Vrijwaring van foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing
Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
1. Niemand zal worden onderworpen aan folteringen of aan wrede, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. In het bijzonder zal niemand zonder zijn of haar in vrijheid gegeven toestemming worden onderworpen aan medische of wetenschappelijke experimenten.
2. De Staten die Partij zijn nemen alle doeltreffende wetgevende, bestuurlijke, juridische of andere maatregelen om, op gelijke wijze als voor anderen, te voorkomen dat personen met een handicap worden onderworpen aan folteringen of aan wrede, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen.
Vorige artikelen
- Artikel 10 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 11 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 12 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 13 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 14 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
Volgende artikelen
- Artikel 16 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 17 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 18 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 19 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 20 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap