Art. 18 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, Vrijheid van verplaatsing en nationaliteit
Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
1. De Staten die Partij zijn erkennen het recht van personen met een handicap, op voet van gelijkheid met anderen, zich vrijelijk te verplaatsen, vrijelijk hun verblijfplaats te kiezen en het recht op een nationaliteit, onder andere door te waarborgen dat personen met een handicap:
a. het recht hebben een nationaliteit te verwerven en daarvan te veranderen en dat hun nationaliteit hen niet op willekeurige gronden of op grond van hun handicap wordt ontnomen;
b. niet op grond van hun handicap beroofd worden van de mogelijkheid om documenten inzake hun nationaliteit of identiteit te verwerven, bezitten en gebruiken, of om gebruik te maken van procedures dienaangaande, zoals immigratieprocedures die nodig kunnen zijn om de uitoefening van het recht zich vrijelijk te verplaatsen, te faciliteren;
c. vrij zijn welk land ook, met inbegrip van het eigen land, te verlaten;
d. niet willekeurig of op grond van hun handicap het recht wordt onthouden hun eigen land binnen te komen.
2. Kinderen met een handicap worden onverwijld na hun geboorte ingeschreven en hebben vanaf hun geboorte recht op een naam, het recht een nationaliteit te verwerven en, voor zover mogelijk, het recht hun ouders te kennen en door hen te worden verzorgd.
Vorige artikelen
- Artikel 13 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 14 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 15 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 16 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 17 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
Volgende artikelen
- Artikel 19 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 20 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 21 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 22 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 23 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap