Art. 10 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, Recht op leven
Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
De Staten die Partij zijn bevestigen opnieuw dat eenieder beschikt over het inherente recht op leven en nemen alle noodzakelijke maatregelen om te waarborgen dat personen met een handicap dat op voet van gelijkheid met anderen ten volle kunnen genieten.
Vorige artikelen
- Artikel 5 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 6 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 7 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 8 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 9 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
Volgende artikelen
- Artikel 11 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 12 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 13 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 14 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
- Artikel 15 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap