Art. 78 EOV, Procedure indien de houder van het octrooi niet-gerechtigd is

Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag) (EOV)

1. Indien een derde tijdens de oppositieprocedure of gedurende de oppositietermijn bewijs overlegt dat een procedure is ingesteld tegen de houder van het Europees octrooi om een beslissing in de zin van artikel 61, eerste lid,te verkrijgen, wordt de oppositieprocedure geschorst, tenzij de derde het Europees Octrooibureau schriftelijk mededeelt dat ingestemd wordt met de voortzetting van deze procedure. Deze instemming is onherroepelijk. De procedure kan evenwel niet worden geschorst voordat dat oppositieafdeling de opposant ontvankelijk heeft verklaard. Regel 14, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

2. Indien een derde in overeenstemming met artikel 99, vierde lid, voor een of meer aangewezen Verdragsluitende Staten in de plaats is getreden van de vorige octrooihouder, kan het in de oppositieprocedure in stand gehouden Europees octrooi voor deze Staten andere conclusies, beschrijving en tekeningen bevatten dan die voor de overige aangewezen Staten.

Uitspraken die dit artikel aanhalen