Art. 51 Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen, Uitlegging

Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen

1. Elke kwestie omtrent de uitlegging of toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst tussen een Lid en het Fonds of tussen de Leden van het Fonds onderling, wordt aan het College van Bewindvoerders ter beslissing voorgelegd. Dit Lid of deze Leden heeft/hebben het recht deel te nemen aan de beraadslagingen van het College van Bewindvoerders gedurende de behandeling van de desbetreffende kwestie overeenkomstig de door de Raad van Bestuur aan te nemen regels en voorschriften.

2. In ieder geval waarin het College van Bewindvoerders ingevolge het eerste lid van dit artikel een beslissing heeft genomen, mag ieder Lid binnen drie maanden vanaf de datum van de kennisgeving van de beslissing verzoeken dat de kwestie wordt voorgelegd aan de Raad van Bestuur, die bij zijn eerstvolgende vergadering met een versterkt gekwalificeerde meerderheid een beslissing neemt. De beslissing van de Raad van Bestuur is definitief.

3. Wanneer de Raad van Bestuur er niet in slaagt tot een beslissing ingevolge het tweede lid van dit artikel te komen, wordt de kwestie voorgelegd voor arbitrage overeenkomstig de procedures die zijn vervat in artikel 52, tweede lid, indien een Lid daarom verzoekt binnen drie maanden na de laatste dag waarop de kwestie door de Raad van Bestuur is behandeld.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen