Art. 48 Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen, Afstand van immuniteiten, vrijstellingen en voorrechten

Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen

1. De immuniteiten, vrijstellingen en voorrechten bedoeld in dit hoofdstuk worden verleend in het belang van het Fonds. Het Fonds kan besluiten, in de mate en op voorwaarden door hem te bepalen, afstand te doen van de in dit hoofdstuk bedoelde immuniteiten, vrijstellingen en voorrechten, indien hierdoor de belangen van het Fonds niet worden geschaad.

2. De Directeur heeft de bevoegdheid, zoals deze aan hem door de Raad van Bestuur kan zijn gedelegeerd, en de plicht de immuniteit van een personeelslid en van deskundigen die voor het Fonds een opdracht vervullen, op te heffen indien immuniteit de rechtsgang zou belemmeren en deze kan worden opgeheven zonder de belangen van het Fonds te schaden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen