Art. 47 Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen, Vrijstelling van belasting
Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen
1. Binnen de grenzen van zijn officiële activiteiten zijn het Fonds, zijn activa, eigendommen, inkomsten en de activiteiten en transacties waartoe het uit hoofde van deze Overeenkomst is gemachtigd, vrijgesteld van alle directe belastingen en alle douanerechten op voor zijn officiële gebruik ingevoerde of uitgevoerde goederen, met dien verstande dat een Lid daardoor niet belet wordt zijn normale belastingen en douanerechten te heffen op grondstoffen die van oorsprong afkomstig zijn van het grondgebied van dat Lid en die door omstandigheden aan het Fonds zijn verbeurd. Het Fonds maakt geen aanspraak op vrijstelling van belastingen die slechts heffingen voor verleende diensten zijn.
2. Wanneer door of namens het Fonds goederen worden gekocht of gebruik wordt gemaakt van diensten waarmee een aanzienlijk bedrag is gemoeid en die nodig zijn voor de uitoefening van de officiële activiteiten van het Fonds en wanneer in de prijs daarvan belastingen of douanerechten zijn begrepen, treft het betrokken Lid met inachtneming van zijn wetgeving voor zover mogelijk passende maatregelen ten einde vrijstelling van deze belastingen of douanerechten te verlenen of te voorzien in de terugbetaling daarvan. De met een vrijstelling als bedoeld in dit artikel ingevoerde of gekochte goederen worden niet binnen het grondgebied van het Lid dat de vrijstelling verleende, verkocht of op andere wijze vervreemd, behalve op met dat Lid overeengekomen voorwaarden.
3. Er wordt door Leden geen belasting geheven op of ter zake van salarissen en vergoedingen of enige andere vorm van betaling door het Fonds aan bestuurders, bewindvoerders, hun plaatsvervangers, leden van het Raadgevend Comité, de Directeur en het personeel alsmede aan deskundigen die voor het Fonds een opdracht vervullen, die geen inwoner of onderdaan zijn of anderszins onder hun rechtsmacht vallen. Voor de toepassing van dit artikel 47, derde lid, wordt elke persoon die uit hoofde van zijn woonplaats of gewone verblijfplaats onderworpen is aan de belastingwetten van een Lid beschouwd als een onderdaan van het betrokken Lid.
4. Er wordt geen belasting van welke aard ook geheven op door het Fonds uitgegeven of gegarandeerde schuld- of waardepapieren, met inbegrip van de dividenden en interesten daarvan, ongeacht door wie zij worden gehouden:
a. die ten nadele van een dergelijk schuld- of waardepapier is, uitsluitend omdat het door het Fonds is uitgegeven of gegarandeerd; of
b. indien de enige rechtsgrond voor een dergelijke belasting zou zijn de plaats waar of de valuta waarin de papieren zijn uitgegeven of waarin zij luiden, betaalbaar gesteld of betaald zijn, of de plaats waar een kantoor van het Fonds gevestigd is of waar het zijn activiteiten uitoefent.
Vorige artikelen
- Artikel 42 Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen
- Artikel 43 Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen
- Artikel 44 Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen
- Artikel 45 Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen
- Artikel 46 Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen
Volgende artikelen
- Artikel 48 Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen
- Artikel 49 Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen
- Artikel 50 Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen
- Artikel 51 Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen
- Artikel 52 Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen