Art. 50 Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen, Wijzigingen

Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen

1.

a. Elk voorstel van een Lid tot wijziging van deze Overeenkomst wordt door de Directeur ter kennis gebracht van alle Leden en voorgelegd aan het College van Bewindvoerders dat zijn aanbevelingen ter zake voorlegt aan de Raad van Bestuur.

b. Elk voorstel van het College van Bewindvoerders tot wijziging van deze Overeenkomst wordt door de Directeur ter kennis gebracht van alle Leden en voorgelegd aan de Raad van Bestuur.

2. Wijzigingen worden door de Raad van Bestuur met een versterkt gekwalificeerde meerderheid aangenomen, maar treden pas in werking wanneer alle Leden deze aanvaard hebben. Aanvaarding wordt geacht te zijn geschied tenzij een Lid binnen zes maanden na de aanneming van de wijziging de Directeur schriftelijk in kennis stelt van zijn bezwaar. Deze termijn kan op verzoek van een Lid door de Raad van Bestuur worden verlengd op het tijdstip waarop de wijziging wordt aangenomen.

3. De Directeur stelt alle Leden en de depositaris onverwijld in kennis van wijzigingen die zijn aangenomen en van de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen