Art. 18 SOLAS, Goedkeuring, onderzoek en uitvoeringsnormen van navigatiesystemen en -apparatuur en van de reisgegevensrecorder
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974 (SOLAS)
1. Systemen en apparatuur die moeten voldoen aan de vereisten van de voorschriften 19 en 20 moeten van een door de Administratie goedgekeurd type zijn.
2. Systemen en apparatuur en, in voorkomend geval, de bijbehorende back-up voorzieningen, op of na 1 juli 2002 geïnstalleerd om te voldoen aan de functionele vereisten van de voorschriften 19 en 20, moeten aan uitvoeringsnormen voldoen die ten minste gelijk zijn aan die welke door de Organisatie zijn aangenomen.
3. Wanneer systemen en apparatuur op schepen gebouwd vóór 1 juli 2002 worden vervangen of toegevoegd, moeten deze systemen en apparatuur, voor zover redelijk en uitvoerbaar, voldoen aan de vereisten van paragraaf 2.
4. Systemen en apparatuur geïnstalleerd voordat de desbetreffende uitvoeringsnormen door de Organisatie zijn aangenomen, kunnen vervolgens, wanneer het de Administratie goeddunkt, worden vrijgesteld van het volledig voldoen aan die normen, waarbij terdege rekening moet worden gehouden met de aanbevolen criteria die door de Organisatie zijn aangenomen. Voordat een elektronische zeekaart presentatie en informatiesysteem (ECDIS) kan worden aanvaard als beantwoordend aan het vereiste van voorschrift 19.2.1.4 inzake het aan boord hebben van kaarten, moet dat systeem voldoen aan uitvoeringsnormen die niet lager zijn dan die welke door de Organisatie zijn aangenomen en op de datum van installatie van kracht zijn, of, voor systemen geïnstalleerd vóór 1 januari 1999, niet lager zijn dan de door de Organisatie op 23 november 1995 aangenomen uitvoeringsnormen.
5. De Administratie moet verlangen dat de fabrikanten een kwaliteitscontrolesysteem hebben dat door een bevoegde instantie wordt geaudit om de voortdurende naleving van de typegoedkeuringsvereisten te waarborgen. Als alternatief kan de Administratie procedures voor de controle van het eindproduct hanteren, waarbij de conformiteit van het typegoedkeuringscertificaat door een bevoegde instantie wordt gecontroleerd voordat het product aan boord van een schip wordt geïnstalleerd.
6. Voordat goedkeuring wordt verleend aan systemen of apparatuur met nieuwe eigenschappen waarin dit hoofdstuk niet voorziet, moet de Administratie erop toezien dat deze eigenschappen functies ondersteunen die ten minste zo doeltreffend zijn als die welke ingevolge dit hoofdstuk vereist zijn.
7. Wanneer aan boord van schepen naast de in de voorschriften 19 en 20 vereiste uitrusting apparatuur aanwezig is waarvoor door de Organisatie uitvoeringseisen zijn opgesteld, moet deze apparatuur worden goedgekeurd en, voor zover praktisch uitvoerbaar, voldoen aan uitvoeringsnormen die niet lager zijn dan die welke door de Organisatie zijn aangenomen.
8. Het VDR-systeem, met inbegrip van alle sensors, moet aan een jaarlijkse werkingsbeproeving worden onderworpen. De beproeving moet worden uitgevoerd door een goedgekeurd beproevings- of onderhoudsstation teneinde de nauwkeurigheid, de levensduur en de herstelbaarheid van de opgeslagen gegevens te controleren. Daarnaast moeten beproevingen en inspecties worden uitgevoerd om vast te stellen in hoeverre alle beschermende behuizingen en plaatsbepalingsvoorzieningen kunnen worden onderhouden. Aan boord moet een afschrift aanwezig zijn van het door het beproevingsstation afgegeven conformiteitscertificaat, met vermelding van de geldigheidsdatum en de desbetreffende uitvoeringsnormen.
9. Het automatisch identificatiesysteem (AIS) moet aan een jaarlijkse beproeving worden onderworpen. De beproeving moet worden uitgevoerd door een erkende inspecteur of door een erkende test- of onderhoudsfaciliteit. Bij de beproeving wordt gecontroleerd of de statische informatie van het schip correct geprogrammeerd is en of er een correcte gegevensuitwisseling met de aangesloten sensoren is. Daarnaast worden de radiofuncties gecontroleerd door middel van radiofrequentiemetingen en een „live” test, bijvoorbeeld door een verkeersbegeleidingssysteem (VBS) te gebruiken. Aan boord moet een afschrift van het beproevingsrapport aanwezig zijn.