Art. 15 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing

Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing

Iedere Staat die Partij is, draagt ervoor zorg dat een verklaring waarvan wordt vastgesteld dat deze is afgelegd ten gevolge van foltering, niet wordt aangevoerd als bewijs in een rechtszaak, behalve tegen een van foltering beschuldigde persoon als bewijs dat de verklaring werd afgelegd.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen