Art. 15 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
Iedere Staat die Partij is, draagt ervoor zorg dat een verklaring waarvan wordt vastgesteld dat deze is afgelegd ten gevolge van foltering, niet wordt aangevoerd als bewijs in een rechtszaak, behalve tegen een van foltering beschuldigde persoon als bewijs dat de verklaring werd afgelegd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
Vorige artikelen
- Artikel 10 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
- Artikel 11 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
- Artikel 12 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
- Artikel 13 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
- Artikel 14 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
Volgende artikelen
- Artikel 16 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
- Artikel 17 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
- Artikel 18 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
- Artikel 19 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
- Artikel 20 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing