Art. 11 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
Iedere Staat die Partij is, beziet stelselmatig de voorschriften, instructies, methoden en praktijken voor ondervraging, alsook de regelingen voor de bewaking en behandeling van personen onderworpen aan enige vorm van arrestatie, hechtenis of gevangenhouding in gebieden onder zijn rechtsmacht, met het oog op de voorkoming van gevallen van foltering.
Vorige artikelen
- Artikel 6 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
- Artikel 7 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
- Artikel 8 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
- Artikel 9 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
- Artikel 10 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
Volgende artikelen
- Artikel 12 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
- Artikel 13 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
- Artikel 14 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
- Artikel 15 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing
- Artikel 16 Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing