ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2094
Bij besluit van 17 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. [appellant] is op [geboortedatum] 1989 geboren in Rotterdam en heeft bij geboorte van rechtswege de Marokkaanse nationaliteit verkregen. Op 23 november 1999 is [appellant] met zijn moeder genaturaliseerd tot Nederlander. De staatssecretaris heeft zijn Nederlanderschap krachtens artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap ingetrokken, omdat hij bij vonnis van 2 augustus 2018 door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam onherroepelijk is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar wegens het medeplegen van deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven. Dit is een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank heeft bewezen verklaard dat [appellant] zich in de periode van 1 november 2015 tot en met 1 februari 2018 in Syrië schuldig heeft gemaakt aan het lidmaatschap van een terroristische organisatie die destijds Jabhat-al-Nusra heette.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 83 Sr
- Artikel 6 WED
- Artikel 79 KEW
- Artikel 80 KEW
- Artikel 14 RWN
- Artikel 33b Wet explosieven voor civiel gebruik
- Artikel 55 WWM
- Artikel 40a Rtvi
- Artikel 68a BvvN
- Artikel 8 EVRM
- Artikel 5 Europees Verdrag inzake nationaliteit
- Artikel 7 Europees Verdrag inzake nationaliteit
- Artikel 17 Europees Verdrag inzake nationaliteit