Art. 12 WTO, Werkwijze van het panel
Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO)
1. De panels volgen de in Aanhangsel 3 opgenomen werkwijze, tenzij het panel na overleg met de partijen bij het geschil anders besluit.
2. De werkwijze van het panel dient voldoende flexibiliteit te bieden om rapporten van hoge kwaliteit te kunnen waarborgen zonder de panelprocedure onnodig te vertragen.
3. Na overleg met de partijen bij het geschil stellen de panelleden zo spoedig mogelijk, en wanneer zulks haalbaar is binnen een week nadat de samenstelling en taakomschrijving van het panel zijn overeengekomen, het tijdschema voor de panelprocedure vast, rekening houdend met de bepalingen van artikel 4, negende lid, indien van toepassing.
4. Bij de vaststelling van het tijdschema voor de panelprocedure biedt het panel de partijen bij het geschil voldoende tijd om hun in te dienen stukken op te stellen.
5. De panels dienen exacte termijnen voor de indiening van schriftelijke stukken vast te stellen en de partijen dienen deze termijnen in acht te nemen.
6. Elke partij bij het geschil dient zijn schriftelijke stukken in bij het Secretariaat, dat deze onmiddellijk doet toekomen aan het panel en de andere partij(en) bij het geschil. De klager dient zijn eerste stuk in voordat de verweerder zijn eerste stuk indient, tenzij het panel bij de vaststelling van het in het derde lid bedoelde tijdschema en na overleg met de partijen bij het geschil besluit dat de partijen hun eerste stukken gelijktijdig moeten indienen. Wanneer er afspraken zijn betreffende het na elkaar indienen van de eerste stukken, stelt het panel een vaste termijn vast voor de ontvangst van het stuk van de verweerder. Eventuele latere schriftelijke stukken worden gelijktijdig ingediend.
7. Wanneer de partijen bij het geding niet tot een wederzijds bevredigende oplossing hebben kunnen komen, legt het panel zijn conclusies voor in de vorm van een schriftelijk rapport aan het DSB. In dergelijke gevallen worden in het rapport van een panel de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasbaarheid van de desbetreffende bepalingen alsmede de beweegredenen die aan de conclusies en aanbevelingen van het panel ten grondslag liggen, vermeld. Wanneer de kwestie tussen de partijen bij het geding wordt geregeld, blijft het rapport van het panel beperkt tot een korte beschrijving van de zaak en een vermelding van het feit dat een oplossing werd bereikt.
8. Teneinde de procedures efficiënter te doen verlopen, is de termijn waarbinnen het panel zijn onderzoek verricht, vanaf het tijdstip waarop de samenstelling en de taakomschrijving van het panel zijn overeengekomen tot het tijdstip waarop het eindrapport aan de partijen bij het geschil wordt verstrekt, in beginsel niet langer dan zes maanden. In spoedeisende gevallen, met inbegrip van gevallen waarin het aan bederf onderhevige goederen betreft, streeft het panel ernaar zijn rapport binnen drie maanden aan de partijen bij het geschil te verstrekken.
9. Wanneer het panel van oordeel is dat het zijn rapport niet binnen zes maanden kan verstrekken, of binnen drie maanden in spoedeisende gevallen, stelt het het DSB schriftelijk in kennis van de redenen voor de vertraging, te zamen met een schatting van de termijn waarbinnen het zijn rapport zal uitbrengen. De termijn van de vorming van het panel tot de toezending van het rapport aan de Leden dient in geen geval langer te zijn dan negen maanden.
10. In het kader van overleg met betrekking tot een maatregel genomen door een Lid dat ontwikkelingsland is, kunnen de partijen overeenkomen de in artikel 4, zevende en achtste lid, vastgelegde termijnen te verlengen. Indien, nadat de desbetreffende termijn is verstreken, de overleg voerende partijen niet kunnen overeenkomen dat het overleg is afgerond, besluit de Voorzitter van het DSB, na overleg met de partijen, of de desbetreffende termijn wordt verlengd en, zo ja, voor hoe lang. Bovendien gunt het panel in een onderzoek betreffende een klacht tegen een Lid dat ontwikkelingsland is, het Lid dat ontwikkelingsland is voldoende tijd om zijn argumentatie voor te bereiden en in te dienen. Handelen ingevolge dit lid laat de bepalingen van artikel 20, eerste lid, en artikel 21, vierde lid, onverlet.
11. Wanneer één of meer partijen ontwikkelingslanden zijn, wordt in het rapport van het panel uitdrukkelijk vermeld in welke vorm rekening is gehouden met de desbetreffende bepalingen inzake gedifferentieerde en gunstigere behandeling voor Leden die ontwikkelingslanden zijn die deel uitmaken van de vermelde overeenkomsten die in de loop van de procedures voor geschillenbeslechting door het Lid dat ontwikkelingsland is naar voren zijn gebracht.
12. Het panel kan zijn werkzaamheden te allen tijde op verzoek van de klager opschorten voor een tijdvak van ten hoogste twaalf maanden. In geval van opschorting worden de in het achtste en negende lid van dit artikel, artikel 20, eerste lid, en artikel 21, vierde lid, genoemde termijnen verlengd met de hoeveelheid tijd gedurende welke de werkzaamheden werden opgeschort. Indien de werkzaamheden van het panel gedurende meer dan twaalf maanden zijn opgeschort, vervalt de bevoegdheid tot vorming van het panel.
Artikelen die hiernaar verwijzen
- Artikel 22 Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds
- Artikel 47 Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds
- Artikel 93 Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds
- Artikel 162 Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds
- Artikel 126 Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds
- Artikel 38 Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds
- Artikel 132 Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds
- Artikel 3.8 Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds
- Artikel 41 Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds