Art. 16 WTO, Aanneming van rapporten van panels
Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO)
1. Teneinde de Leden van het DSB voldoende tijd te bieden om rapporten van panels te bestuderen, worden de rapporten niet eerder dan twintig dagen nadat zij aan de Leden zijn toegezonden, door het DSB behandeld met het oog op aanneming.
2. Leden die bezwaren hebben tegen een rapport van het panel dienen ten minste tien dagen vóór de bijeenkomst van het DSB waarop over het rapport van het panel zal worden behandeld, schriftelijk hun bezwaren toe te lichten met het oog op rondzending.
3. De partijen bij het geschil hebben het recht ten volle deel te nemen aan de behandeling van het rapport van het panel door het DSB, en hun standpunten worden volledig opgetekend.
4. Binnen zestig dagen nadat een rapport van een panel aan de Leden is toegezonden, wordt het rapport aangenomen op een bijeenkomst van het DSB1)Indien binnen deze termijn geen bijeenkomst van het DSB is gepland op een tijdstip waarmee kan worden voldaan aan de vereisten van artikel 16, eerste en vierde lid, dient hiertoe een bijeenkomst van het DSB te worden belegd., tenzij één van de partijen bij het geschil het DSB formeel kennisgeeft van haar beslissing beroep in te stellen, of het DSB bij consensus besluit het rapport niet aan te nemen. Indien een partij kennisgeving heeft gedaan van haar beslissing beroep in te stellen, wordt het rapport van het panel eerst na afloop van het beroep in behandeling genomen met het oog op aanneming door het DSB. Deze aannemingsprocedure doet geen afbreuk aan het recht van de Leden om hun standpunten ten aanzien van een rapport van een panel kenbaar te maken. Indien een partij kennisgeving heeft gedaan van haar beslissing beroep in te stellen, wordt het rapport van het panel eerst na afloop van het beroep in behandeling genomen met het oog op aanneming door het DSB. Deze aannemingsprocedure doet geen afbreuk aan het recht van de Leden om hun standpunten ten aanzien van een rapport van een panel kenbaar te maken.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G van Peursem 28 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:743
- Hof 's-Gravenhage 3 april 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BW0685
- Rb. Den Haag 21 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11712
- Conclusie A-G van Peursem 26 mei 2023, ECLI:NL:PHR:2023:530
- Conclusie A-G Verkade 8 november 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1313
- Conclusie A-G Verkade 26 juni 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH8674
- Conclusie A-G Verkade 12 december 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BF0518
- HR 26 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH8674
- Hof 's-Gravenhage 27 april 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BM5134
- Hof Den Haag 9 september 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:3014