Art. 36 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, Voorlopige maatregelen
Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
1. Indien de verzoekende Staat de tenuitvoerlegging van een verbeurdverklaring heeft verzocht, kan de aangezochte Staat overgaan tot voorlopige inbeslagneming, mits zijn wet inbeslagneming voor soortgelijke feiten toelaat.
2. Op de inbeslagneming is de wet van de aangezochte Staat van toepassing, die tevens de voorwaarden regelt waaronder de inbeslagneming kan worden opgeheven.
Vorige artikelen
- Artikel 31 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 32 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 33 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 34 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 35 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
Volgende artikelen
- Artikel 37 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 38 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 39 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 40 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 41 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen