Art. 34 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, Voorlopige maatregelen
Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
1. Hij die in de aangezochte Staat in hechtenis wordt gehouden krachtens artikel 32 en, naar aanleiding van een door hem gedaan verzet, overeenkomstig artikel 25 is gedagvaard om te verschijnen ter terechtzitting van het bevoegde gerecht in de verzoekende Staat, wordt daartoe overgebracht naar het grondgebied van die Staat.
2. Na de overbrenging wordt de betrokkene door de verzoekende Staat niet langer in hechtenis gehouden indien het geval bedoeld in artikel 33, tweede lid, letter (a), zich voordoet of indien de verzoekende Staat de tenuitvoerlegging van de nieuwe veroordeling niet verzoekt. De overgebrachte persoon wordt zo snel mogelijk teruggezonden naar de aangezochte Staat, tenzij hij in vrijheid is gesteld.
Vorige artikelen
- Artikel 29 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 30 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 31 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 32 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 33 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
Volgende artikelen
- Artikel 35 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 36 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 37 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 38 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 39 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen